Hoofdbanner

Al bij binnenkomst begin ik te ontbreken, handen die als
bladeren in de herfst naar beneden dwarrelen, een wankel
hoofd, benen als stro, geïmplodeerde sterren in mijn hart.

Ik schud de uitschuifstokjes van vele mensen, aan touwtjes
van één groot uithangbord knikken ze terug als een veelkoppig
monster. De vloer trilt, wordt met elke meter langer, de wc’s

ondertussen lopen vol van uitgekotste angsten, natte dweilen
op de vloer, bij het kopieerapparaat een stagiair ondersteboven
aan de muur geplakt, een met stift getekende smiley om zijn

mond, om zichzelf een gezicht te geven. In horten en in stoten
ga ik voorbij, de minuten passen niet, steeds kijk ik naar deuren, 
of die openzwaaien, en jij elke keer weer niet op komt dagen.