Hoofdbanner

Straten lopen hier scheef, huizen zijn oud en moe, hangen voorover
in hun hengsels, alsof de zwaarte te veel is om te dragen, je wilt
weg, de wereld in binnen de omheining die jou is toegemeten,
het kan, maar dan moet je springen, kans op prikkeldraad, ravijnen
met bodems van ruisende beekjes om jouw val te breken, wat niet
helpt want je hebt geen vleugels om zwaktes te verbergen, liever
zing je een lied, wieg je jezelf in eigen armen, als een vogelkind,
dromend, vertrouwd met bergen en dalen, nog nooit bedrogen.

Als een schaduwbokser sta je voor de spiegel, die grijns, dat smoelwerk
verdient een oplawaai, maar je bent niet sneller dan het licht, verwijt,
schuld en spijt laten zich niet zomaar wegmeppen, je voelt je als een vel
papier waarvan bewezen is dat ie na 39 keer vouwen voorbij de maan is,
als een verdwaalde astronaut, in het luchtledige bestaat er immers geen
richting, stap je je kamer rond, mis je jezelf meer dan ooit, witregels die als
ijle wolken weigeren open te barsten tot druppels verhaal, nergens een plek 
voor een tekst in een ballon, geen kaft waarmee wat weerloos is bedekt kan worden.

Dat je jezelf in stilte openslaat, geen woorden willekeurig gerangschikt,
maar een begrijpen zonder gebrandmerkte letters, een aanraking of ogen
die meelevend knikken, dat ze weten van een verborgen innerlijk, te kwetsbaar
om benoemd te worden, wacht je, tot een betekenis tussen de regels door.