Afdrukken

Het hart is rood van schaamte als het te lang heeft opengestaan,
de eerste keer is altijd wichelroeden lopen, alle deuren 
op een kier, nooit heb je geleerd jezelf af te sluiten, de kou
slalomt op dunne latten door je huis, je kunt niets zeggen,
vreemde handen

beitelen botte woorden in je lichaam dat verder bewoond wordt
door ratten, hyena's, een hele dierentuin, met een olifant die 
al wat breekbaar is omver banjert, een giraf die zijn kop door het dakraam
steekt om dingen te zien waar je zelf niet bij kunt, maar het zijn
de muizen die je haat 

ze knagen je van binnenuit hol, het zijn de zielenpijnen van je jeugd
die jou opvreten, hoeveel mensen lopen er niet door je hoofd, 
je vader en moeder die allang dood zijn maar roepen dat ze hier
nog altijd wonen, dat ze 's avonds wachten tot je weer thuis bent,
had je geweten 

wat een thuis was, dan had je je ziel behouden, had je alles en iedereen 
je huis uit gesmeten, deuren gebarricadeerd, gebruikte je je ogen 
om de wereld te zien in plaats van dat ze twee gaten zijn waar
de buitenwacht zijn speren doorheen steekt, elke dag weer,
al die figuren die zich

in jou genesteld hebben, denkend jou in pacht te hebben, alsof je
een sprookje bent, tot ze nieuwe steentjes op het wegdek zien, 
jou achterlaten met hun nekvel in jouw lijf, je trekt je terug, 
als een kreeft kruip je spleten van rotsen in, achterstevoren
met je kont als eerste

om daarna niet meer tevoorschijn te komen.