Afdrukken

Deuren hebben twee kanten, naar binnen en naar buiten
het is maar wat je richting noemt, ik hoor het bonken
achter muren, maar mijn hart is gebarricadeerd, kettingen
er omheen geslagen, de stad doet zijn best, wil het licht
oprapen, de trappen op naar waar de poort naar de hemel
openstaat, maar het zijn jouw leugens, als wormen 
doorploegen ze mijn ziel, vreten mij van binnenuit op.
Uitholling overdwars. Verkeersborden heb ik als kind 
nooit begrepen, ik slaagde maar niet voor het leven,
gespleten tongen zijn voor de dromer niet herkenbaar,
met de storm op hun hielen jagen zwarte ruiters vooruit.

Het graf van Jim Morrison is afgezet met linten, toeristen lachen
onwennig, maken een selfie als bewijs dat er een kant is
waar ze niet bij kunnen, de achterkant. Ze zeggen dat pijn nodig is
om je ziel schoon te schrobben, met stalen bezems het vuil van je bodem,
dat dàt de pijn is en niet wat anderen over jou vertellen. Deuren
zijn er om dicht te doen. Metrostations bieden toegangspoorten tot wat
ondergronds bij mensen leeft. Elke dag weer staan ze open voor een 
bochtige rit vol rancune. Het gangpad staart mij aan met een groot
zwart kruis op het voorhoofd. Als laatste bezoeker ga ik de Sacré-Cœur 
op de heuvel Montmartre binnen. Om te bidden, zonder prikkeldraad.