Hoofdbanner

Met elkaar communiceren is lastig als een woord meerdere betekenissen kan hebben, afhankelijk van de omstandigheden waarin het wordt gebruikt. Soms heeft een woord wel dezelfde betekenis, maar hechten mensen er een verschillende gevoelswaarde aan. De connotatie is dan anders, heet dat met een deftig woord.
Als voorbeeld het woord ‘massa’. In de natuurkunde wordt hiermee bedoeld: een hoeveelheid materie. De eenheid is kg, kilogram dus. In de elektrotechniek is het een aanduiding voor een punt zonder potentiaal. In de wereld van communicatie is massa een grote groep mensen die bereikt kan worden.
Je ziet, drie totaal verschillende betekenissen voor hetzelfde woord, ook wel homoniemen genoemd. Dit is niet erg, onze taal zit er vol mee. Meestal weten we wel wanneer we de verschillende betekenissen moeten gebruiken.

Probleem wordt het wanneer de homoniemen door elkaar gehusseld worden. Dat het ene wordt bedoeld en het andere wordt gezegd. Dat zorgt voor verkeerde discussies, verwarring en onbegrip.  
Als voorbeeld geldt het begrip significantie. Het is een term uit de statistiek, maar ook uit de natuurkunde. Bij deze laatste zegt het iets over de nauwkeurigheid waarmee je gemeten hebt.

Des te meer significante cijfers (cijfers van belang), des te nauwkeuriger is je meting. Dat geeft op het oog rare uitkomsten bij vermenigvuldigen, delen en optellen of aftrekken. Stel je hebt de lengtes van een plank bepaald op 2 dm breed en 8,0 dm lang. De oppervlakte is dan 2 x 8,0 = 16 dm2, zou je op voorhand zeggen. Maar de uitkomst wordt bepaald door het gegeven met het minste aantal significante cijfers en dat is één (het gegeven 2 dm breed). Dus moet de uitkomst ook in één significant cijfer gegeven worden. De voorlopige uitkomst dient afgerond te worden: 16 wordt dus (via de tussenstap 16 = 1,6·101) 2·101 dm2.

In de statistiek is het een term die wordt gebruikt om aan te geven dat het onwaarschijnlijk is dat de resultaten op toeval berusten. In de praktijk spreekt men van statistische significantie. Vaak wordt het significantieniveau ingesteld op 0,05, ofwel 5 %. De kans dat de resultaten aan het toeval zijn te wijten is dan kleiner dan 5 %. Des te lager dit getal, des te strenger en eenduidiger is het onderzoek geweest. In de praktijk gebruikt met om die reden graag een significantieniveau van 0,01, ofwel 1 %.

In de Nederlandse spreektaal heeft het woord significant gewoonlijk de betekenis van ‘belangrijk’ of ‘relevant’. Zo kennen de meeste mensen dit woord. Je hoort het op tv, en met name door politici, steeds vaker zeggen. Het staat natuurlijk wat deftiger en geleerder als je ‘significant’ zegt in plaats van ‘belangrijk’. Alsof je iets wetenschappelijks formuleert. Maar daar gaat het dus mis.
De Raad van State heeft onlangs uitspraken gedaan over de stikstofproblematiek. De twee betekenissen van het woord significant (de wetenschappelijke, zoals gedefinieerd in de statistiek, en de uit de spreektaal afkomstige, algemeen gebruikte betekenis van belangrijk) worden in hun schrijven regelmatig door elkaar gehaald. Het gevolg is een wetenschappelijk ongefundeerde stellingname. Het leest voor de buitenstaander leuk en aardig, maar het is gebaseerd op drijfzand; de goed geïnformeerde (wetenschappelijke) lezer zakt er tot aan zijn lippen in weg.

Ik citeer uit de Raad van State, over de kritische depositieaarden van stikstof: ‘Dit is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van een habitat significant wordt aangetast door de invloed van stikstofdepositie.’
Deze uitspraak ziet eruit als een wetenschappelijke constatering. Er wordt gesproken over een grens, een risico en de kwaliteit die significant wordt aangetast. Maar het woord ‘significant’ wordt hier gebruikt in de betekenis van ‘belangrijk’ en niet als ‘verantwoorde conclusies trekken uit onderzoeksgegevens’.
Ook andere uitspraken van de Raad van State gooien deze twee verschillende betekenissen van het woord 'significant' regelmatig door elkaar. Zoals dat een bepaalde maatregel ‘een verslechterend of significant verstorend effect kan hebben...’ Of: ‘projecten met mogelijk significant negatieve gevolgen…’

De leek zal het woord ‘significant’ steeds als ‘belangrijk’ lezen, terwijl het rapport van de Raad van State zich voordoet als wetenschappelijk verantwoord bezig. De ene keer wordt dit woord door hen als ‘belangrijk’ uitgelegd, een andere keer wordt het wetenschappelijk gebruikt. Het dwarrelt aan alle kanten door elkaar. Het gevolg is, volgens onderzoekers Ronald Meester, Jaap Hanekamp en Matt Briggs, gerenommeerde statistici die de uitspraken van  de Raad van State kritisch onderzocht hebben, ‘wetenschappelijke, taalkundige en juridische wanorde’. Een keiharde conclusie, maar wel een terechte.

Het geeft eens te meer aan hoe politiek (waar onderwerpen het liefst vaag en onduidelijk worden benoemd) en wetenschap (waar naar een objectieve waarheid gestreefd wordt) met elkaar kunnen botsen. Met alle verwarring van dien.
Hun artikel ‘Significantie is niet significant’ dat veel dieper op bovenstaande problematiek ingaat, is verhelderend om te lezen. Het maakt de wetenschapper in ons weer wakker. Hulde.

Zie: https://stichtingagrifacts.nl/wp-content/uploads/2024/01/Significantie-is-niet-significant-def.pdf