Hoofdbanner

Tussen 1924 en 1932 werd in de V.S. wetenschappelijk onderzocht hoe men de arbeidsproductiviteit van werknemers kon verhogen. Dit gebeurde in de Hawthorne-fabrieken, in de buurt van Chicago. Men varieerde de lichtsterkte, de lengte van de werkdag, kortere en langere pauzes, voerde prestatiebeloning in. De resultaten waren opzienbarend.
Het bleek dat elke verandering tot productieverhoging leidde. Zo lang er gemeten werd. Welk soort verandering maakte niet uit, langer of korter werken, meer of minder licht. Want als na een tijdje de verandering zelf weer teruggedraaid werd, ging ook de productiviteit weer omhoog. Totdat men ophioeld met meten, dan zakte de productiviteit weer in.
De verklaring hiervoor is dat de motivatie van proefpersonen stijgt door de aandacht die ze van onderzoekers krijgen. Dit wordt sindsdien het Hawthorne-effect genoemd.

De aanwezigheid van onderzoekers die zichtbaar registreren wat er gebeurt heeft kennelijk effect op het gedrag van mensen. Door de aandacht die men ontvangt wordt men gevoed. Van buitenaf dus. Er vindt onbewust beïnvloeding en sturing plaats. Hoe dat psychologisch precies in elklaar steekt, is nog onderzoeksterrein. Kennelijk wil ieder mens door de ander bevestigd worden. En heeft daar extra energie voor over.

Bij het opzetten van veldexperimenten wordt echter nauwelijks met dit soort beïnvloeding rekening gehouden. Er worden resultaten gemeld alsof ze universeel geldig zijn. Want het onderzoek is wetenschappelijk verantwoord, zegt men dan. Het voldoet aan alle criteria etc. Op korte termijn kloppen de resultaten dan ook wel. Wanneer het men dan doortrekt over een wat langere tijd, blijft er vaak weinig van over. De ene hype volgt zo de andere op. Met z'n allen rennen we de ene kant op. Even later de andere kant. Nieuwe waarheden worden als een verrassende uitkomst op ons bordje gelegd. Uit recent onderzoek is gebleken dat ...

Jaja, niet dus. Blind als men vaak is. Men spreekt niet gauw van eigen beïnvloeding, want het haalt de meetbaarheid van effecten bij voorbaat onderuit. Iedere onderzoeker wil toch vooral scoren en als het even kan in een wetenschappelijk tijdschrift terecht komen.
Zo heb je in de medische wereld al tientallen jaren lang de discussie over het placebo-effect van sommige medicijnen. Ook een pilletje van niks zorgt ervoor dat een patiënt zich beter voelt. Ook hier, de aandacht die de patiënt krijgt, bepaalt in grote mate de werking van het medicijn. En niet de scheikundige inhoud.
Het feit dat men dit niet voor ogen houdt vertroebelt de (doorgaans verhitte) discussies. Of, in dezelfde lijn doorgetrokken, de ego's van de desbetreffende kemphanen verstoren de helderheid in argumentaties. Financiële belangen spelen hier vaak een beslissende rol.

Dan is men binnen de quantummechanica een stap verder. Uit vele experimenten is gebleken dat op atomair niveau de waarnemer bepaalt wat er gebeurt. Detecteert hij, zoals bij de dubbele spleet proef, licht als een deeltje, dan gedraagt dat zich als een deeltje. Detecteert hij het als een golf, dan gedraagt het licht zich als een golf. De waarnemer maakt deel uit van de waargenomen werkelijkheid.
De aandachtige waarnemer vormt in principe de kern van alle onderzoek. Van al het leven zelfs. De waarnemer met de hoofdletter W. Het is wachten wanneer die zijn intrede zal doen in de alfa-vakken. Misschien dat het afleggen van de zogenaamde objectiviteit en een daaruit voortvloeiende bescheidenheid een eerste stap is.