De laatste weken heb ik me wat meer verdiept in het Oude Testament van de Bijbel. Ik las boeken van Huib Oosterhuis, Nico ter Linden en Bram Moerland. Wat me opviel, de zo bekende verhalen hebben bijna allemaal een oorsprong van voor de tijd waarin het Oude Testament werd opgeschreven, zo’n 600 voor Chr., ten tijde van de terugkeer van het Joodse volk uit de Babylonische ballingschap. Zo duikt de zondvloed al in het Gilgamesj-epos op, ruim 2000 voor Chr. Ook het verhaal van het paradijs, de slang en de boom des levens komen in ditzelfde epos voor. Mozes in het biezen mandje is sterk geïnspireerd op de legende van koning Sargon van Akkad (ca. 2300 v.Chr. Het Scheppingsverhaal (Genesis) over de schepping in zes dagen en de rust op de zevende dag vertoont grote parallellen met het Babylonische scheppingsepos Enuma Elisj. Ze zijn dus niet volledig origineel, maar bouwen voort op veel oudere verhalen uit het Nabije Oosten.
Het lijkt, zoals Bram Moerland dat uitdrukt, min of meer op plak- en knipwerk van oudere verhalen die de Bijbelschrijvers van het eerste uur hebben toegepast. Vaak beschreven vanuit een wraakzuchtige God, Jahweh genaamd. Angst, de mens een gevoel van schuld en zonde geven, straf voor wie niet deugt, dat zijn de elementen die overheersen.
De verhalen dienen niet letterlijk genomen te worden. Het is beeldspraak. Of het zijn gewoon mythes, door de heersende macht in stand gehouden om het volk te onderdrukken.
Persoonlijk kan ik weinig met deze verhalen, hoe fraai ze ook door met name Huib Oosterhuis en Nico ter Linden worden uitgelegd. Ik merk dat ik veel meer in de lijn van Bram Moerland verkeer, met zijn oog voor de gnostiek van de teksten. Bijvoorbeeld, zijn uitleg van het verhaal van Abraham ervoer ik als verhelderend.
Iedereen kent het verhaal wel. Hoe Abraham van God de opdracht kreeg om zijn enige zoon te offeren, als bewijs dat hij trouw was aan diezelfde God. Vlak voordat Abraham toe wilde slaan, hief God zijn hand op en zei hem te stoppen. Het bewijs van trouw was geleverd, zijn zoon mocht blijven leven. Gruwelijk, denk je als leek, zo’n God die van jou vraagt om je zoon voor hem te doden. Wat is dat voor een God? Niet iemand vol licht en liefde.
Maar, kijk je naar de historie, dan geeft dat een ander inzicht in dit verhaal. In die tijd werden de Joden overheerst door de Phoeniciërs, in de Bijbel soms de Filistijnen genoemd. Het woord ‘fonetisch’ stamt daar van af, daar de Phoeniciërs als eersten de klanken van de klinkers in tekens opschreven. Er is ook een Phoenicische stad geweest met de naam Biblos. Daar komt het woord ‘Bijbel’ vandaan. Oorspronkelijk betekent het: boek zoals in Biblos gemaakt. Verder was in de religie van de Phoeniciëers het kinderoffer gebruikelijk. Om de goden gunstig te stemmen werd hun meest persoonlijk bezit aan hen geofferd: hun eigen kinderen. Dat gebeurde in de praktijk met soms honderden kinderen tegelijk. Dit gebruik paste totaal niet in het leven van de Joden. Het verhaal van Abraham refereert daar aan. De God van de Phoeniciërs (Elohim) eiste een kinderoffer van het Joodse volk. Maar de God van de Joden, van Abraham dus (Adonai) weerhoudt dat. Waarmee in de geschiedenis afscheid wordt genomen van dit (gruwelijke) gebeuren.
Het Nieuwe Testament ademt een heel andere sfeer. Veel meer begrip en liefde voor de medemens. Volgens auteurs als Jacob Slavenburg weerspiegelt de uiteindelijke vorm van het Nieuwe Testament mede de keuzes die de vroege kerk heeft gemaakt. De beschrijvingen zijn getoonzet naar wat de Romeinse machthebber uit die tijd het beste uitkwam. Schuld en boete, het zondig zijn van de mens, de onderdanigheid van de vrouw aan de man, het gehoorzaam zijn aan de uiterlijke macht, dit allemaal is pas later toegevoegd. De oorspronkelijke evangelies, zoals dat van Thomas dat pas ontdekt is in 1945, als onderdeel van de Nag Hammadi-geschriften, vertellen een heel ander verhaal. Ze zijn veel innerlijker, veel meer van liefde voor de medemens vervuld, van de gelijkheid tussen man en vrouw ook. Het is interessant om dat verschil verder uit te diepen.
Het verklaart ook waarom veel mensen in onze tijd afstand van het instituut kerk nemen. Deze past niet in onze tijd. Onze tijd vraagt om individuele beleving, en niet om het opvolgen van leefwijzen en richtlijnen die ons door priesters en andere ‘vervangers van God’ worden opgedrongen. We hebben allemaal een soort van goddelijke vonk in ons. Deze te ontdekken, aan te boren en te ontwikkelen, dat kan ons leidmotief zijn. Nu en in de toekomst. De meeste mensen voelen dat tegenwoordig bewust of onbewust aan.
In dat kader kun je ook het verhaal van de verdwaalde schaap uit de kudde lezen. In de Bijbel staat dat God als goede herder er alles aan doet om deze terug in de kudde te brengen. In de gnostiek, zoals verwoord in de eerste eeuwen na Chr., prijst God deze verdwaalde juist omdat hij de kudde verlaten heeft. In plaats van hem terug naar de groep te brengen, spoort hij hem aan zijn eigen weg te gaan. Zijn individuele weg, welteverstaan.
Zie hier het verschil tussen wat de traditionele kerk voorstaat (wij zijn één groep, het collectief overheerst, gehoorzaamheid aan ons belooft je de hemel) en wat wij als individu te doen staat, namelijk onze eigen weg zoeken en ontwikkelen. Kortom, trouw aan jezelf zijn in plaats van aan de groep.
De ontdekking van de aarde – Huub Oosterhuis, uitgeverij Ten Have, Utrecht, 2022
De mooiste Bijbelverhalen - Nico ter Linden & Rosita Steenbeek, uitgeverij Balans, 2023
Bramhartig: kennis van het hart - Bram Moerland, uitgeverij AnkhHermes, 2026