Hoofdbanner

In de westerse wereld is er een steeds groter wordende kloof te zien tussen arm en rijk. Een kleine 1 % van de superrijke elite bezit aan geld en goederen meer dan de rest van de wereld bij elkaar (bron: Oxfam/Novib). Met name door massale belastingontduiking weten zij elk jaar hun toch al aanzienlijke vermogen flink uit te breiden. Wat natuurlijk ten koste gaat van degenen die het toch al arm hebben, veelal mensen uit de Derde Wereld; die worden uitgebuit (goedkope arbeidskrachten!) en worden alleen maar armer.

Dit gegeven is natuurlijk verontrustend. Maar wat doe je er als burger tegen? Niet veel, zo op het oog. Wel kun je vanaf een zekere afstand constateren hoe de westerse wereld in elkaar steekt. Er is hier duidelijk sprake van een kleptocratie; dit is een systeem waarin de mensen die het meeste aan de maatschappij bijdragen het minst beloond worden, en de mensen die de wereld uitzuigen het rijkst worden.
Denk aan Jeff Bezos, na Elon Musk de rijkste man van de wereld met een geschat vermogen van 147 miljard euro. Zijn bedrijf Amazon buit haar werknemers op de meest grove wijze uit. Lage lonen, erbarmelijke arbeidsomstandigheden, weinig rechten, veel verplichtingen. Je zou denken, waarom geeft hij niet een beetje van zijn gigantische rijkdom aan degenen die dagelijks keihard voor hem werken? Bot egoïsme, is het antwoord. Hij geeft niet om anderen, alleen om zichzelf.

Mensen die in de zorg en het onderwijs werken vormen het menselijke ‘warme’ fundament van onze maatschappij. Zonder hen zou het hele bouwwerk van hoe we voor elkaar zorgen en met elkaar omgaan in elkaar storten. Echter, financieel staan zij ongeveer onderaan de financiële ladder en ook hun maatschappelijk aanzien is niet hoog. Hetzelfde geldt voor de kleine ondernemers, veel ZZP ‘ers. Zij werken keihard om het hoofd boven water te houden, zorgen voor de noodzakelijke ‘smeerolie’ in onze race om onszelf te handhaven, maar verliezen het in de praktijk van de grote bedrijven met hun hoogopgeleide juristen en andere adviseurs. Bij het minste of geringste worden ze weggeconcurreerd en gaan ze failliet. Bakkers, slagers, eerder al de kleine kruideniers, kunnen ervan meespreken. Zeker in de kleine dorpen is er geen fatsoenlijke winkel meer te bekennen. Het gevolg is een leegloop aan activiteiten en sociale samenhang.
Andersom, mensen die bij instellingen werken als grote banken, verzekeringsmaatschappijen, de farmaceutische industrie, multinationals als Shell en Unilever, om er maar een paar te noemen, verdienen het meest en zijn gemiddeld genomen het minst betrokken bij het welzijn van de medemens. Of, zoals Rutger Bregman dat noemt: ‘Het grote bedrijfsleven zit in torens van Manhattan. Hoe kun je anders mensen hun huis uit zetten? Je weet niet meer dat het echte mensen zijn. Het zijn cijfers op een spreadsheet.’

Joris Luyendijk heeft al eerder (in zijn boek: Dit kan niet waar zijn) een inkijkje gegeven op de handel en wandel in The City van London, het financiële centrum van de wereld. Hij interviewde er vele vertegenwoordigers van deze puur kapitalistische wereld. Ze verdienen slokken met geld, vaak miljoenen euro’s per jaar. Shockerend was hoe zij hun cliënten zagen; als sukkels die ze zo effectief mogelijk een poot uit wilden draaien. Ze hadden de grootste lol als ze weer eens iemand de financiële vernieling in hadden geholpen. Een totale minachting voor de ander sprak er uit, een finaal gebrek aan empathie ook. En toch, wanneer Joris Luyendijk verder met ze sprak, bleken het best aardige mensen te zijn, liefdevolle vaders ook die het beste met hun gezin voor hadden. Absoluut geen schurken dus, wat je bij een oppervlakkige beschouwing zou verwachten.
Ook zij zijn onderdeel van de kleptocratie. Ze zitten gevangen in een wereld van hoge lasten vanwege hun hypotheek, het willen overleven in een complexe wereld, het per se zichzelf proberen te handhaven in een als vijandig ervaren maatschappij. Ieder voor zich en niemand voor allen.

In Nederland is er het voorbeeld van boeren en tuinders. Zij zijn tegelijk dader en slachtoffer van een systeem dat er alleen maar op uit is om grof geld te verdienen, ten koste van het milieu en dierenwelzijn. Het is de agro-industrie, succesvol de politiek in geslingerd door het oprichten van een politieke partij die hun belangen onvoorwaardelijk vertegenwoordigt, namelijk de BBB. Het is een slimme strategie geweest van deze kleptocraten om op de onderbuikgevoelens van de bevolking in te spelen. De slogan No farmers, no food kent iedereen wel. De boeren en tuinders neerzetten als behoeders van ons vertrouwde leven, inclusief het verstrekken van ons broodnodige voedsel en een ‘met liefde met de natuur omgaan.’ Een beeld dat door het populaire programma Boer zoekt vrouw, gepresenteerd door de mediamieke Yvonne Jaspers, alleen maar sterker in het collectieve geheugen van het volk is ingeprent. Maar die hele agro-industrie geeft geen barst om het welzijn van de bevolking. En evenmin om hun verdienmodel; de keihard werkende boer of tuinder. Ze is alleen uit op eigen winst.

Er zijn gelukkig tegenbewegingen zichtbaar de laatste tijd. Er was een ingezonden brief in de krant over het etiketteren van groente. De schrijfster stelde voor om in de supermarkten bij ‘biologische groente’ gewoon het predicaat ‘groente’ te gebruiken. Het is namelijk de groente zoals dat in alle eeuwen voor ons is geteeld, zolang de mensheid bestaat in feite. Zonder kunstmest en chemicaliën. Dat schrikt ook niet af, conservatief als de burger gewoonlijk is. Daarentegen zou, wat nu als gewone groente wordt uitgestald, het predicaat ‘met chemicaliën bewerkt’ of ‘met pesticiden en kunstlicht gekweekt’ opgespeld kunnen krijgen. En dan ook, voeg ik er zelf aan toe, direct het eerlijke prijskaartje er aan ophangen. Namelijk, de verrekening hoe op de lange termijn door al die onnatuurlijke middelen het milieu en de groeikracht van de aarde worden aangetast. Dat gaat in de toekomst in de miljarden euro’s lopen. Dat zou nu al in de prijs van de groente verdisconteerd kunnen worden. Het is interessant om te zien hoe de burger op zo’n nieuwe etikettering reageert.

Maar de kleptocratie, samengebald in het mondiale bedrijfsleven met hun uitstekend betaalde adviseurs en lobbyisten, zal hier nooit toestemming voor geven. Het zou hen van hun macht en rijkdom beroven.
Wat de burgers hiertegen kunnen doen is van onderaf in verzet komen, zeg ik dan. Niet door agressief actie te voeren door snelwegen te blokkeren of andere min of meer gewelddadig gedrag te vertonen. Nee, vanuit een doorleefde motivatie het systeem van binnenuit te veranderen, beginnend bij het onderwijs bijvoorbeeld. Eva Meijer hield in een column deze week in NRC een mooi pleidooi om in Nederland, in navolging van Scandinavische landen, natuuronderwijs te introduceren. Laat kinderen van de basisschool vooral het buitenleven ervaren in plaats van de hele dag tussen vier muren door te brengen. Ze worden er socialer door, meer betrokken bij de natuur, zien bijvoorbeeld niet langer een vogel op een boomtak zitten, maar veel specifieker een roodborstje op een twijgje van een berkenboom. Grote kans dat ze zich meer betrokken bij de aarde gaan voelen en later niet verstrikt raken in een baan van een economie die ongebreideld consumeren propageert, de aarde met al zijn bodemschatten nog fataler uitput, aangestuurd door de macht van de superrijken die alleen maar nog rijker willen worden.

Dus, misschien een klein lichtpuntje in onze (geestelijk gezien) donkere tijden. Nu de politiek nog, zou je zeggen. Maar vergeet niet, de politiek zijn wij, jij en ik, ieder mens die een beetje na kan denken. Een ieder is verantwoordelijk, ook al ben je maar een enkeling in een wereld die nauwelijks te overzien is. Op kleine schaal kun je al veel betekenen. Want daar moet het beginnen. En daar alleen.