Hoofdbanner

Licht is een fenomeen dat zowel wetenschappers als esoterici blijft bloeien. Het omvat een scala aan interpretaties, inzichten en toepassingen. Onze taal zit er ook vol mee: er gaat een licht bij mij op, iets tegen het licht houden, ergens licht op laten schijnen etc. In esoterische kringen heeft het vaak een religieuze betekenis, denk aan termen als ‘verlichting’ en ideeën als ‘licht is liefde’.

Wetenschappelijk gezien bestaat licht uit fotonen (= lichtdeeltjes) die op een voorwerp vallen, daar verstrooid of weerkaatst worden en vervolgens in onze ogen een omgekeerd beeld van het voorwerp op ons netvlies projecteren. Daar veroorzaakt het elektrische en scheikundige activiteiten, die worden opgevangen door de oogzenuwen en de cerebrale cortex. In onze hersenen verschijnt nu een subjectief beeld van wat we in de buitenwereld menen te zien.

Opvallend is, het licht beweegt zich van buiten naar binnen, om in onze hersenen de waarneming om te vormen tot een bestaand beeld. Dat zou volgens de wetenschap ‘zien’ zijn, de vorming van een elektrochemisch patroon in onze optische cortex. De visuele wereld speelt zich in deze zienswijze binnen in onze hersenen af, en niet in de wereld rondom ons. Hier wringt de wetenschap met de werkelijkheid. Alsof ‘zien’ een weg van buiten naar binnen is, een activiteit is die zich louter binnen ons lichaam, in dit geval in onze hersenen, afspeelt.
Dit is in contrast met onze ervaring, want we beleven het beeld (de registratie van het voorwerp) toch wel duidelijk als iets wat zich buiten ons lichaam bevindt.

Zien is, wanneer je het aan een diepgaand onderzoek onderwerpt, een beweging van licht van buiten naar binnen èn een bepaalde activiteit van binnen naar buiten. Deze activiteit naar buiten is misschien lastig te omschrijven, maar werd al zo ervaren in de oudheid bij de pre-Socratici en ook bij natuurvolkeren. Denk bijvoorbeeld aan de angst voor praktijken die geassocieerd werden met ‘het boze oog’. Zo heeft iedereen ook wel de ervaring dat iemand je ‘op de vingers kijkt’, hoe vervelend en belastend dat kan zijn. Alsof er een druk op je wordt uitgeoefend. Of de beleving die je kunt hebben wanneer je iemands ogen in je rug voelt prikken. Ogen kunnen dwingen, ogen kunnen liefde en warmte uitstralen, ogen kunnen vlammen: allemaal activiteiten die een beweging van binnen naar buiten veronderstellen.
En zelfs in de wetenschap wordt erkend dat ‘zien’ een activiteit is die invloed op de omgeving heeft. Denk aan quantummechanische eigenschappen zoals die tot uiting komen bij het dubbele spleet experiment van Young, waarbij de waarnemer het gedrag van licht en deeltjes bepaalt. Dan moet er iets in de ogen zijn dat van binnen naar buiten stroomt en invloed uitoefent.

Je kunt dit doortrekken naar zowel verleden als heden. Zie het oog van Horus, ook wel het oog van Ra genoemd, uit de oude Egyptische cultuur. Het is het alziende oog, ook wel de vrouwelijke zon genoemd. Het stond symbool voor de helende kracht om verstoringen van het natuurlijke evenwicht weer in goede banen te leiden. Voor de oude Egyptenaren was dit een reëel aanwezige activiteit die intens beleefd en gevoeld werd.
Wij staan in onze tijd ver van dit soort symboliek af. We hebben ons afgesneden van deze oude godenwereld en leven alleen nog met aardse omstandigheden.
Toch kunnen we de actieve werking van onze ogen dagelijks om ons heen zien. Het blijkt namelijk dat gevoelige mensen dat intensief waarnemen. Ze voelen de druk van de verschillende blikken van mensen soms zo sterk dat het ze raakt, zelfs pijn doet. Ze krimpen  er letterlijk van in elkaar, sluiten zich af, slaan hun ogen dicht, kijken je niet aan en verstoppen vooral wat ze voelen. Van zulke mensen zeggen wij dan dat zij onder de noemer ASS ( Autisme Spectrum Stoornis) vallen. In ons algemene taalgebruik spreken we van autisten. Bij autisten staat een stoornis in de informatieverwerking in de hersenen centraal. Er komt te veel tegelijk binnen. Let wel, niet zozeer aan kale informatie uit boeken bijvoorbeeld, die kunnen ze best goed verwerken, als wel aan blikken van anderen, de aanwezigheid van mensen, de uitstraling die met name vanuit hun ogen uitgaat. De hersenen kunnen al deze indrukken, die in feite geestelijke activiteiten van andere mensen zijn, vol van oordelen, vooroordelen en andere onhebbelijkheden, niet goed verwerken. Dat levert voor de persoon in kwestie de nodige problemen op. Hij of zij raakt erdoor in de war. In het sociale verkeer hebben autisten moeite zich te handhaven.

Met het krachtiger worden van ons als individu, dat evolutionair een gegeven is, gaat er zonder dat we het door hebben een steeds sterker signaal van ons uit, met name in de manier waarop we kijken en de werkelijkheid ‘doorboren’. Sommige mensen hebben een flink schild om zich heen, waardoor ze hier geen last van hebben. Andere, veel gevoeligere types, staan zo open dat de blik van een ander dwars door ze heen snijdt, althans zo voelen ze dat. Zij hebben het moeilijk in deze tijd van verharding en groeiende ego’s.
In plaats van hen het etiket ‘autist’ op te plakken zouden we hen een veel veiligere omgeving kunnen bieden, met geestelijke vrijheid en minder druk van buitenaf. Geef ze ruimte om er te zijn, dat ze mogen zijn zoals ze zijn. Ofwel, houd je eigen blik zo veel mogelijk in, onthoud je van oordelen, zelfs van gedachten. Wees ‘leeg’ van binnen. Als iedereen dat doet zal zelfs de grootste autist zich uiteindelijk naar buiten toe durven openvouwen.