Hoofdbanner

Vandaag, 24 juni, is dag van Sint-Jan. Sint-Jan staat voor Johannes de Doper, bekend van het Nieuwe Testament uit de Bijbel. De dag van 24 juni zou zijn geboortedag zijn geweest. Het Sint-Jansfeest werd vroeger uitgebreid gevierd, met name onder de katholieken, maar is tegenwoordig bijna in de vergetelheid geraakt. Kenmerk van dit feest is onder andere het alleen of gezamenlijk over een vuur springen. Vuur heeft in dit feest een bijzondere betekenis. Het is interessant dat nader te onderzoeken.

Iedereen heeft wel iets met vuur. Brandende kaarsen, knisperend haardvuur, het geeft gezelligheid. Bij vreugdevuren, de naam zegt het al, valt er iets te vieren. We genieten van de aanblik van de grillig opdwarrelende vlammen. Zelfs naar een uitslaande brand op bijvoorbeeld een boerderij kunnen we uren kijken. Het verschijnsel vuur intrigeert ons, het raakt ons. We kunnen dat lijfelijk ervaren.

In vroeger tijden stelde men zich de wereld voor opgebouwd uit de vier natuurelementen vuur, aarde, lucht en water. De Griekse filosoof Heraclitus beschouwde vuur zelfs als het oerbeginsel (archè) waaruit al het andere was voortgekomen. Vuur zorgt ervoor dat alles voortdurend verandert. Hout verbrandt tot as, die vervolgens weer als voedingsstof dient voor nieuwe bomen en planten. Er is sprake van een wederkeer, wel steeds in een nieuwere vorm. Dit gebeurt volgens Heraclitus niet alleen in de materiële wereld maar ook bij mensen, in de politiek en bij instellingen.

Van deze vier natuurelementen uit de oudheid is alleen het vuur door de mens veroverd. De andere drie natuurelementen waren een vanzelfsprekendheid. Dat is opmerkelijk. Eerst was het vuur er niet, althans niet in gecontroleerde vorm. In de Griekse mythologie was het Prometheus die het vuur naar de mensen bracht. Hetgeen hij overigens, omdat het tegen de wil van de goden was, moest bekopen met de straf van Zeus: gekluisterd aan de bergketen Kaukasus pikte een adelaar elke dag zijn lever weg, die dan ’s nachts weer aangroeide.

De ontdekking van het vuur heeft de mens flink op weg geholpen in zijn ontwikkeling. Het bood hem warmte, bescherming tegen roofdieren en – ook niet onbelangrijk – voedsel kon voortaan beter worden bereid en dus ook beter verteerd. Je kunt zelfs concluderen dat het gebruikmaken van vuur de basis heeft gelegd voor de huidige beschaving. Zoals het ook de basis vormt van onze eigen persoonlijkheid.

Het wezen van de mens kun je ook in vier delen beschouwen. Het fysieke lichaam, de levenskracht die het lichaam bij elkaar houdt, de astraliteit met al onze gevoelens en gedachten, en het ik-bewustzijn. Alleen het eerste, ons fysieke lichaam, is zichtbaar. De andere drie delen kunnen we wel ervaren, maar niet zien of op een wetenschappelijke manier aantonen. Ons ik-bewustzijn wordt geassocieerd met het natuurelement vuur, de andere delen met respectievelijk aarde (fysiek lichaam), water (levenskracht) en lucht (gevoelens en gedachten).

Onze moderne tijd vraagt om een toenemend bewustzijn omtrent ons eigenlijke wezen. We verstedelijken steeds meer. We raken steeds meer van de natuur en daardoor van onze eigen natuur verwijderd. In alle complexiteit die het leven biedt zouden we de grip op onszelf en onze motieven kwijt kunnen raken.
Dit bewustzijn kunnen we versterken door vernieuwd het ritme van de natuur te beleven. Op het hoogtepunt van de zomer is het zonlicht volop aanwezig. De dagen duren lang, de nachten zijn kort. Het vuur van de zon voel je tot in je huid. Dat doet iets met ons, vooral met degenen die normaliter te weinig zon in hun leven ervaren. Het verlicht en verkwikt ons. Het geeft warmte.

Maar let op, vuur heeft een tweeledig karakter. Het kan verwarmen, reinigen, voor gezelligheid zorgen, enthousiasmeren, je kunt in vuur en vlam staan. Het staat symbool voor de geest. Denk aan het feest van Pinksteren waar vurige vlammen op de apostelen neerdaalden. Of denk aan hoe in het Oude Testament verhaald wordt van het brandende braambos van waaruit Jahweh sprak. Er zijn paasvuren, een traditie die voornamelijk in het oosten van het land populair is. Deze vuren symboliseren de overwinning van de geest over de materie. Ook tijdens Oud en Nieuw worden wel vuren aangestoken. Ook dan wordt er iets overwonnen, namelijk het oude jaar. Vuur kan echter ook vernietigend zijn, in bosbranden en oorlogen bijvoorbeeld.

In ons ik-bewustzijn ervaren we ook vuur. Dit uit zich in hartstocht of enthousiasme voor iets of iemand. Het kan ons volledig in bezit nemen. We voelen ons bezield, van idealen of gedachten. We zijn er voor een kort moment één mee, we gaan ervoor. Dit kan gepaard gaan met een ongelooflijke kracht. Dit heeft de nodige revoluties ontketend, de geschiedenis van de mensheid staat er bol van.
Maar ons ik-bewustzijn is niet één afgerond geheel. We bestaan in feite uit meerdere ikken. Vandaar ook dat we met onszelf in gesprek kunnen zijn. Het ene ik overlegt dan met het andere ik. Niet dat we daarmee gespleten persoonlijkheden zijn, er is sprake van een zekere gelaagdheid. Er is bijvoorbeeld een hoger ik en een lager ik. Ons ik-bewustzijn is ook niet geconcentreerd op één bepaalde plek in het lichaam. Het verbindt de drie andere wezensdelen, doordringt ze en kan zich in principe nestelen waar het wil.

Dat lagere ik, het vuur dat daarmee gepaard gaat, herkennen we gemakkelijk in onszelf. We kunnen branden van verlangen maar ook ontsteken in woede. En een ideaal kan verworden tot een verstarde gedachtegang waardoor er geen plaats is voor andersdenkenden. Het erkennen van deze tweeledigheid van het vuur, en dus ook van ons eigen ik, is het begin van de bewustwording van dit stukje van onszelf. De uitdrukking 'hij speelt met vuur' brengt dat mooi tot uitdrukking. Met vuur moet je serieus omgaan, niet speels. Voor je het weet gaat de boel in vlammen op en heb je niets meer.

Je kunt ervaren op welke plek in je lichaam dit vuur zich manifesteert. Wanneer je je sterk concentreert en al je gedachten uitschakelt, ervaar je in je lichaam een aantal energiecentra. In de oosterse filosofie noemt men die energiecentra chakra’s. De levenskracht van de mens stroomt hoofdzakelijk door deze chakra’s heen, binnen in je lichaam zelf maar ook naar buiten toe. Is er een chakra geblokkeerd, dan ervaart de mens problemen op het gebied van dit chakra: het voelt als een beperking.

De mens heeft zeven hoofdchakra’s, te beginnen bij je stuitje en eindigend bij je fontanel bovenop je hoofd. Het vuur in jezelf kun je beleven in je derde chakra, dat zich bevindt iets boven de plek waar je navel zit. Dit chakra noemt men wel de zonnevlecht of de plexus solaris. Versterking van dit chakra vergroot ons zelfbewuste vuur, ons gevoel van eigenwaarde. Te veel nadruk hierop kan echter leiden tot behoefte aan macht en status, tot een egoïstische manier van leven.
Wanneer wij in de vlammen van het vuur kijken, kunnen we de aanwezigheid van dit derde chakra ervaren. Die wordt dan min of meer gevoed. Kijken naar vuur versterkt ons eigen vuur, onze wil en innerlijke rust. We voelen ons innerlijk sterker worden. We laven ons aan de vlammen.
Maar zoals gezegd, vuur heeft ook een destructieve kant. Geestelijk kun je deze in jezelf onder controle houden door jezelf steeds een spiegel voor te houden. Ontrafel je motieven, je gedrag, telkens opnieuw en elke dag weer. Zie jezelf, kijk door je eigen vlammen heen. Fysiek kun je dit doen door simpelweg over een zelfgemaakt vuur te springen. Je houdt het vuur dan letterlijk onder je. Tegelijkertijd voel je de gloed van de vlammen optrekken tot in de buikstreek van je lichaam. Een bijzondere ervaring, alsof je vervuld bent van nieuw licht en ruimte in jezelf.

De midzomer is hier een uitermate geschikte periode voor. Er is het vuur van de zon, het vuur van de aarde, het vuur in jezelf. Tijdens de midzomerzonnewende zijn deze krachten op hun hoogtepunt. Specifieker, het Sint-Jansfeest op 24 juni is er de uitgelezen dag voor, gezien de symboliek van Johannes de Doper die zijn eigen vuur in dienst stelde van de bewustwording van ‘het vuur en het licht in onszelf’. Het een past zo in het ander.

Hoog laait het vuur, zingen de mensen die dit tot een jaarlijks terugkerend ritueel hebben gemaakt. Daarop springt men vervolgens in twee- of drietallen, of alleen, over de hoge vlammen, dit tot feestvreugde van de omstanders. In de Scandinavische landen is deze traditie al millennia oud, maar in een vernieuwde vorm verovert ze ook in Nederland door de viering van het Sint-Jansfeest onder andere op de vrijescholen steeds meer terrein.


Uit: Fred Tak - Jaarfeesten; achtergronden en betekenis in onze tijd, uitgeverij Christofoor, 2017