Hoofdbanner

Het gebruik maken van kunstmest in de land- en tuinbouw heeft geleid tot een productievermeerdering van zo’n 30 tot 40 %. De gewassen groeien sneller, worden groter dan onder normale omstandigheden, kunnen eerder geoogst worden etc. Voorstanders van het gebruik van kunstmest wijzen er op dat de wereldbevolking anders niet van voldoende voedsel kan worden voorzien. Er zijn te veel mensen op de wereld. Zonder kunstmest zou de mens (nog meer) honger lijden.

Dat klinkt aannemelijk. Maar we kunnen ook kijken naar de geestelijke gevolgen van het gebruik maken van kunstmest. Wat zijn die? Wat doet kunstmest met planten? Het zorgt dat ze sneller gaan groeien, door een optimaal aanbod van mineralen en andere voedingsstoffen. Ze groeien verder door, worden groter dan onder normale omstandigheden en leveren om die reden veel meer (geld) op. Wat is daar op tegen, zul je je afvragen? Dat komt de mens toch alleen maar ten goede? Oppervlakkig gezien wel ja. Meer productie, meer voedsel, meer monden om te voeden. Echter, wat toeneemt is de kwantiteit, wat afneemt is de kwaliteit.

Het aanbod van kunstmest is, zoals de naam al zegt, een toevoeging van kunstmatige stoffen, door de mens in een fabriek gemaakt. In kunstmatige stoffen zitten weliswaar alle atomen en moleculen die een plant nodig heeft, maar ze missen levenskracht. En daar groeit de kwaliteit van planten op, op deze levenskracht. Het moeilijke is dat je levenskracht niet kunt meten. Wel zien, met een geoefend oog. Wetenschappers gaan ervan uit dat iets pas bestaat als ze het kunnen meten. Met een begrip als levenskracht kunnen ze om die reden weinig aanvangen. Voor hen is bijvoorbeeld een medicijn uit levenloze stof gemaakt hetzelfde als een medicijn uit levende (organische) stof, als er maar dezelfde atomen en moleculen in zitten.

Zo ook het verschil tussen een lijk en een slapend lichaam. De esotericus zal zeggen dat bij een lijk de levenskracht eruit weggevloeid is, hetgeen hij kan zien aan het levenskrachtgedeelte dat het fysieke lichaam niet langer doordringt en omgeeft. De wetenschapper zal zeggen dat ze hetzelfde zijn, maar dat de machine die lichaam heet bij een lijk uitgeschakeld is. Alsof er een knopje is omgedraaid. Er wordt geen polsslag gemeten (er is geen stroomdoorvoer), dus de patiënt is dood. De wetenschap kan alleen kwantiteit meten, geen kwaliteit. Wanneer men zegt wèl kwaliteit te meten, zal men dit doen met getallen en grafieken, dus toch weer kwantitatief. Zo houdt men zichzelf en het publiek voor de gek.

Bij een plant met kunstmest grootgebracht is de kwantiteit toegenomen ten koste van de kwaliteit. Door vergroting van uiterlijke vormen is de plant uit zijn natuurlijk verband gerukt, opgerekt tot proporties die niet bij zijn groeikrachten passen. De plant is over de kling gejaagd. Liefdeloos, want alleen bedoeld om de productie te verhogen en er meer geld aan te verdienen.
Dit gaat nog verder als planten ’s nachts kunstmatig verlicht worden. De wetenschap heeft ontdekt dat ze voornamelijk bij licht groeien. Waarom dan de nutteloze, inefficiënte nachten? Dat betekent alleen maar groeiverlies. En daaruit voortvloeiend geldverlies. Laat maar doorgroeien, ook 's nachts. Des te meer levert het ons op.
Zo is men er ook achter gekomen dat planten niet per se in de volle grond hoeven te staan. Inmiddels worden veel groenten op bakken met glaswol in kassen gekweekt, slechts met water gevoed, handig boven elkaar opgestapeld. Nog meer opbrengst, nog meer geld verdienen. Aan de kwaliteit van het voedsel (aan de levenskracht) wordt niet gedacht. Die is toch niet meetbaar.

Der Mensch ist was er isst, luidt een gezegde in Duitsland. De mens is wat hij eet. Een waarheid als een koe. Wanneer de mens generaties lang kunstmatig voedsel tot zich neemt, zal hij zelf iets van dit kunstmatige worden. Waaraan zien we dat?
Ten eerste de lengte van de mens. Zoals de planten uit elkaar worden getrokken en langer worden dan ooit tevoren, zo wordt de mens aanzienlijk langer de laatste decennia. Pas sinds de Tweede Wereldoorlog wordt er kunstmest gebruikt. In ettelijke generaties zal de mens zo’n 30 tot 40 % langer worden. Tenminste in landen waar veelvuldig kunstmest wordt gebruikt (en veel groente wordt gegeten, zoals in Nederland).

Ten tweede de levenskracht van de mens. Die zal in belangrijke mate afnemen. Zoals de planten over de kling worden gejaagd, zo wordt het lichaam van de mens over de kling gejaagd. Het moet veel te hard werken in verhouding tot de eigen groeikrachten. Het gaat te hard en te snel. De levenskracht van de mens kan dit niet bijhouden. De mens raakt "uit zichzelf", ervaart een versnelling, niet alleen in het lichaam, maar in zijn hele doen en laten. Hij rent zichzelf voorbij. Het gevolg zal o.a. een toenemende onvruchtbaarheid kunnen zijn. De toename in kwantiteit gaat ten koste van de kwaliteit en daardoor de levenskracht. Het zal in de verre toekomst waarschijnlijk steeds moeilijker voor de mens worden om kinderen te krijgen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat de onvruchtbaarheid onder mannen relatief snel toeneemt.

Geestelijk gesproken is onze (westerse) maatschappij met kunstmest gedrogeerd. Kunstmest is een vorm van doping. Het zet ons aan steeds sneller vooruit te gaan. Er is sprake van een over de kop vliegen, van woekering, in de maatschappij, in ons lichaam. Deze woekering hangt als een deken over ons heen. Alles moet sneller en meer zijn, grootser. Zelfs de vermeerdering neemt in een razend tempo toe.
Dit heeft natuurlijk zijn weerslag op de mens zelf, in het geestelijke maar ook in het fysieke. De cellen in het lichaam hebben de neiging mee te gaan woekeren. De celdeling vindt ongeremd plaats op plekken waar het niet plaats moet vinden. Er ontstaat bijvoorbeeld kanker. Kanker is een ziekte als gevolg van de vergrote snelheid van leven. Dit betekent natuurlijk niet dat iemand die kanker krijgt te snel of te kunstmatig heeft geleefd. Onze manier van leven, en daardoor de maatschappij, is zodanig doordrenkt van het kunstmatige dat het als een sluier over ons heen hangt, dat iedereen kanker kan krijgen, zelfs een kind van één jaar.

Het lichaam protesteert natuurlijk tegen kunstmatige voeding. Ook tegen de bestrijdingsmiddelen waarmee we de plantengewassen tegen allerlei ziekten beschermen. We staan daarmee niet meer in open contact met wat natuurlijk is. We worden als het ware binnen een cocon van onnatuurlijkheid opgesloten. Dit zal zich uiten in toenemende vormen van lichamelijke allergieën. Dat is de natuurlijke reactie van het lichaam.
Ook ons gedrag wordt aangetast. Het zal steeds moeilijker blijken om rust te vinden, in onszelf, in de buitenwereld. Het wordt overal drukker, in het verkeer, in onze binnenwereld. We moeten dit, we moeten dat. We jagen onszelf voort, willen steeds meer, steeds beter en groter. Onze agenda's zitten al maanden van tevoren vol. We hebben nergens tijd voor, want we moeten vooruit. Waar naartoe? Dat weten we vaak zelf niet. Ja, drie keer per jaar op vakantie, om er even 'uit te kunnen'. 

Zo worden we met z'n allen geleefd in de kwantiteit, of we willen of niet. We worden er vanzelf in meegezogen, in deze vaart der volkeren, zonder dat we het doorhebben. Het valt moeilijk ons daaraan te onttrekken.
Je zou in de verleiding kunnen komen de schuld van onze welvaartsziekten (en al die andere zaken hierboven genoemd) nu maar bij de kunstmest te leggen. Alsof je door die af te schaffen daardoor in één keer van alle problemen verlost bent.
Maar in feite is er geen schuldvraag. Het ligt ingewikkelder. We leven op veel meer fronten op een onnatuurlijke wijze. Hoe we de dieren in de bio-industrie behandelen met hormoonpreparaten en een zeer dieronwaardig bestaan: varkens zien in de korte tijd dat ze vetgemest worden om vervolgens aan de lopende band in een abattoir gedood te worden nooit het daglicht bijvoorbeeld. Ze kunnen nooit, zoals dat in hun natuur besloten ligt, lekker in de modder rondwroeten. Evenzo geldt dit voor de tienduizenden kippen die met elkaar in één ruimte zijn opgehokt. Deze zullen met steeds heftigere middelen moeten worden ingespoten om massale ziektes te voorkomen. Met als gevolg dat veel vleeseters geleidelijk resistent worden tegen levensreddende middelen als penicilline.
En ook, hoe we chemische medicijnen gebruiken om de uiterlijke symptomen van onze ziektes te bestrijden. Terwijl de werkelijke oorzaak (het ergens op een of andere manier uit het evenwicht geraakte lichaam) daarmee onderdrukt wordt en op een gegeven moment in een andere vorm opsteekt.

Maar ook dichter bij huis, hoe wij omgaan met zonlicht. Juist de UV-straling maakt ons immuunsysteem sterker en gezonder, los van de vitamine D die we hierbij opdoen. We zijn dan letterlijk 'gezond', we hebben weerstand opgebouwd. Maar wat doen wij? We smeren ons de afgelopen 40 jaar (voor het eerst in de één miljoen jaar dat de homo sapiens bestaat), ijverig in met zonnebrandcrème en doen als het even kan een zonnebril op. Dit laatste alleen als we van het werk gekomen op een terras van een wit wijntje nippen, om er een beetje los ontspannen en stoer uit te zien. Natuurvolkeren, maar ook boeren, tuinders en bouwvakkers die dagelijks in de open lucht werken, zul je nooit met een zonnebril aantreffen. Laat staan dat ze zich met wat dan ook insmeren. Het is zeer tegennatuurlijk en niet goed voor onze lichamelijke en geestelijke gezondheid. Je ogen hebben direct zonlicht nodig om jouw innerlijk 'lichter' te maken. Je kwikt er geestelijk van op. Natuurlijk, je denkt je huid uit voorzorg met zonnebrandcrème in te moeten smeren, je wilt geen huidkanker oplopen, maar urenlang bakken in een felle zon is dan ook het meest onnatuurlijke wat je kunt doen. Zoiets heeft de mensheid tot voor kort ook nooit gedaan.

Om terug te komen op ons onderwerp kunstmest: dat het zo massaal wordt gebruikt, is inherent aan de ontwikkeling van de mens zelf. Het één komt niet door het ander, het is met elkaar verweven. Beide lopen, of beter gezegd rennen, met elkaar op. Het is een gegeven van de tijd. Noem het een noodzakelijke evolutie. Deze voortgang is niet zomaar te stoppen. Het is ook niet erg, rampzalig of wat dan ook. Je individueel bewust worden van wat er aan de hand is, is al heel wat.